|
Hieronder vindt u het wedstrijdreglement van de Nederlandse Wiskunde Olympiade. Het is ook te downloaden in pdf.
1. Wie mogen er meedoen?
-
Aan de eerste ronde van de Nederlandse Wiskunde Olympiade kunnen middelbare scholieren meedoen uit de klassen 1 tot en met 5 van havo/vwo. Leerlingen uit vwo 6 zijn uitgesloten van deelname, omdat de finale in het volgend schooljaar plaatsvindt (wanneer de leerling in de regel al van school af is).
-
Leerlingen uit havo 5 die volgend jaar naar het hoger onderwijs gaan, zijn uitgesloten van deelname. (Maar leerlingen uit havo 5 die volgend jaar naar vwo 5 gaan, kunnen dus wel meedoen.)
-
Een leerling uit vwo 6 die volgend jaar niet naar het hoger onderwijs gaat, kan een bijzonder verzoek indienen om deel te mogen nemen.
-
Deelnemers hoeven niet per se in Nederland te wonen of de Nederlandse nationaliteit te hebben. Ze moeten wel op een school in Nederland (excl. Caribisch Nederland) zitten. Dit met het oog op deelname aan de volgende rondes, die ook in Nederland plaatsvinden. Leerlingen die op een school in het buitenland zitten, kunnen in de regel met de Wiskunde Olympiade van dat land meedoen.
-
Leerlingen doen in principe op hun eigen school aan de eerste ronde mee. Als dit niet kan, wordt in overleg met de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade een andere locatie gezocht.
-
Deelname aan de Nederlandse Wiskunde Olympiade is gratis.
-
Er zijn drie categorieën:
-
onderbouw: klas 1, klas 2, klas 3;
-
klas 4: vwo 4 en havo 4;
-
klas 5: vwo 5 en havo 5.
-
De opgaven zijn voor deelnemers uit alle drie de categorieën gelijk.
2. Gang van zaken tijdens de eerste ronde
-
De eerste ronde duurt 2 uur en vindt plaats binnen een door de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade voorgeschreven periode. Elke school kiest binnen deze periode zelf een datum en aanvangstijdstip om de eerste ronde af te nemen. Binnen een school maken alle deelnemende leerlingen de wedstrijd op dezelfde dag en op dezelfde tijd.
-
Dyslectische deelnemers krijgen geen extra tijd.
-
De wedstrijd bestaat uit 8 A-opgaven in meerkeuzevorm (goed voor 2 punten elk) en 4 B-opgaven waarbij er een getal als antwoord moet worden gegeven (goed voor 5 punten elk). In totaal zijn dus 36 punten te behalen.
-
De opgaven zijn beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.
-
Deelnemers werken individueel aan de opgaven onder toetscondities. Een surveillant houdt toezicht op de correcte gang van zaken. De surveillant beantwoordt in principe geen inhoudelijke vragen over de opgaven, tenzij het vragen over de formulering of betekenis van termen zijn.
-
Deelnemers mogen geen rekenmachine of andere elektronische apparatuur gebruiken. Ook een formulekaart is verboden, net als wiskundige naslagwerken en leerboeken. Kladpapier is wel toegestaan, evenals passer, liniaal, geodriehoek en schrijfgerei.
-
Deelnemers geven hun antwoorden op het antwoordformulier dat door de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade beschikbaar is gesteld.
-
Na afloop van de wedstrijd neemt de surveillant alle opgaven en eventueel kladpapier van de deelnemers weer in. De deelnemers kunnen alsnog hun opgavenblad en eventueel kladpapier terugkrijgen na afloop van de voorgeschreven periode. Ook pas op dat moment mogen uitwerkingen aan hen uitgedeeld worden. Alleen als de wedstrijd wordt gehouden op de middag van de laatste dag van de voorgeschreven periode, mogen de deelnemers direct de opgaven, eventueel kladpapier en uitwerkingen meenemen.
3. Invoeren en verwerken resultaten eerste ronde
-
Op elke deelnemende school is er een wedstrijdleider die contactpersoon is richting de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade en die op zijn school het verloop van de eerste ronde in goede banen leidt.
-
De wedstrijdleider zorgt voor tijdige aanmelding van zijn school.
-
De wedstrijdleider voert na afloop van de eerste ronde tijdig de resultaten in van alle deelnemers op zijn school. Hij bewaart voorlopig alle antwoordformulieren.
-
Op grond van alle scores van de deelnemende leerlingen op alle scholen bepaalt de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade de cesuren voor doorgang naar de tweede ronde. De cesuur wordt voor elke categorie apart vastgesteld: onderbouwleerlingen hoeven minder punten te halen dan de vierdeklassers en zij weer minder dan de vijfdeklassers. In totaal gaan ca. 800 deelnemers door naar de tweede ronde.
-
Zodra de cesuur van de eerste ronde bekend is, voert de wedstrijdleider de adresgegevens in van alle deelnemers op zijn school die door zijn naar de tweede ronde. Daarnaast stuurt hij de antwoordformulieren (originelen) van deze leerlingen op naar de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade.
-
De scholenprijs gaat naar de school met de hoogste somscore van de beste vijf leerlingen. Deze prijs bestaat uit een wisseltrofee en een feestelijke uitreiking op de winnende school.
-
Van het scholenklassement, gebaseerd op de somscore van de beste vijf leerlingen per school, wordt alleen de top 10 gepubliceerd.
-
De namen en scores van individuele deelnemers aan de eerste ronde worden niet gepubliceerd.
4. Gang van zaken tijdens de tweede ronde
-
De tweede ronde vindt plaats op diverse universiteiten, overal op dezelfde middag.
-
De deelnemers aan de tweede ronde zijn de winnaars van de eerste ronde die hiervoor een uitnodiging hebben ontvangen.
-
De tweede ronde duurt 2,5 uur.
-
Dyslectische deelnemers krijgen geen extra tijd.
-
De wedstrijd bestaat uit 5 B-opgaven waarbij er een getal als antwoord moet worden gegeven (goed voor 4 punten elk) en 2 C-opgaven waarbij een volledige uitwerking moet worden gegeven (goed voor 10 punten elk). In totaal zijn dus 40 punten te behalen.
-
De opgaven zijn beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.
-
Deelnemers werken individueel aan de opgaven onder toetscondities. Een surveillant houdt toezicht op de correcte gang van zaken. De surveillant beantwoordt in principe geen inhoudelijke vragen over de opgaven, tenzij het vragen over de formulering of betekenis van termen zijn.
-
Deelnemers mogen geen rekenmachine of andere elektronische apparatuur gebruiken. Ook een formulekaart is verboden, net als wiskundige naslagwerken en leerboeken. Kladpapier is wel toegestaan, evenals passer, liniaal, geodriehoek en schrijfgerei.
-
Deelnemers geven hun antwoorden op het antwoordformulier en het wedstrijdpapier dat door de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade beschikbaar is gesteld.
-
Na afloop van de wedstrijd mogen de deelnemers de opgaven en eventueel kladpapier voor de B-opgaven houden. Daarnaast krijgen ze de uitwerkingen mee.
5. Uitslag tweede ronde
-
Op grond van alle scores van de deelnemende leerlingen op alle universiteiten bepaalt de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade de cesuren voor doorgang naar de finale. De cesuur wordt voor elke categorie apart vastgesteld: onderbouwleerlingen hoeven minder punten te halen dan de vierdeklassers en zij weer minder dan de vijfdeklassers. In totaal gaan ca. 130 deelnemers door naar de finale.
-
Elke deelnemer aan de tweede ronde krijgt persoonlijk bericht met zijn score. De namen en scores van individuele deelnemers worden niet gepubliceerd. Over de uitslag wordt verder niet gecorrespondeerd.
-
Alle genodigden voor de finale krijgen tevens een uitnodiging voor de finaletraining: enkele trainingsbijeenkomsten op een universiteit ter voorbereiding op hun deelname aan de finale.
-
Alle deelnemers aan de finale ontvangen bij de finale een prijs voor hun goede prestatie bij de tweede ronde.
6. Gang van zaken tijdens de finale
-
De finale vindt plaats op de Technische Universiteit Eindhoven.
-
De deelnemers aan de finale zijn de winnaars van de tweede ronde die hiervoor een uitnodiging hebben ontvangen, alsmede enkele leerlingen die goed gescoord hebben bij de Kangoeroewedstrijd of de Pythagoras Olympiade.
-
De finale duurt 3 uur.
-
Dyslectische deelnemers krijgen geen extra tijd.
-
De wedstrijd bestaat uit 5 C-opgaven waarbij een volledige uitwerking moet worden gegeven (goed voor 10 punten elk). In totaal zijn dus 50 punten te behalen.
-
De opgaven zijn beschikbaar in het Nederlands en in het Engels.
-
Deelnemers werken individueel aan de opgaven onder toetscondities. Een surveillant houdt toezicht op de correcte gang van zaken. De surveillant beantwoordt in principe geen inhoudelijke vragen over de opgaven, tenzij het vragen over de formulering of betekenis van termen zijn.
-
Deelnemers mogen geen rekenmachine of andere elektronische apparatuur gebruiken. Ook een formulekaart is verboden, net als wiskundige naslagwerken en leerboeken. Wel toegestaan zijn passer, liniaal, geodriehoek en schrijfgerei.
-
Deelnemers geven hun uitwerkingen (klad en net) op het wedstrijdpapier dat door de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade beschikbaar is gesteld.
-
Na afloop van de wedstrijd mogen de deelnemers de opgaven houden. Daarnaast krijgen ze de uitwerkingen mee.
7. Uitslag finale
-
Op grond van alle scores van alle deelnemende finalisten bepaalt de Stichting Nederlandse Wiskunde Olympiade de prijswinnaars. Daarbij zijn er drie categorieën.
-
klas 2, klas 3, klas 4;
-
klas 5;
-
klas 6.
-
Voor de bepaling van de categorie van een deelnemer telt de klas waar hij/zij tijdens de finale in zit. Voor vrijwel alle leerlingen is dit dezelfde categorie (a, b, c) als waar hij/zij tijdens de eerste ronde in zat, tenzij de leerling is blijven zitten of juist een klas overgeslagen heeft.
-
In elke categorie zijn er vijf prijswinnaars. Bij gelijke score in de finale telt de score in de tweede ronde mee, en in tweede instantie ook de score in de eerste ronde.
-
De prijswinnaars ontvangen hun prijs tijdens een feestelijke prijsuitreiking. Op dat moment worden pas hun scores bekend gemaakt. Daarnaast worden hun namen en scores gepubliceerd op de website van de Nederlandse Wiskunde Olympiade en in een persbericht.
-
De overige deelnemers aan de finale krijgen persoonlijk bericht met hun score. Hun namen en scores worden niet gepubliceerd. Over de uitslag wordt verder niet gecorrespondeerd.
-
De prijswinnaars en een aantal andere veelbelovende finalisten krijgen een uitnodiging voor een intensief zeven maanden durend trainingsprogramma. Uit deze groep worden de teams geselecteerd die Nederland vertegenwoordigen bij diverse internationale wedstrijden, waaronder de Internationale Wiskunde Olympiade.
Dit wedstrijdreglement is geldig met ingang van de eerste ronde van de Nederlandse Wiskunde Olympiade 2013.
|